Verslag 2e Talma bijeenkomst over zorgbundels

Met een positief gevoel kijken wij terug op de tweede Talma bijeenkomst over het ontwerp en de inkoop van zorgbundels (“bundled payments”). Het was een bijeenkomst waarin de praktische uitwerking van bundelinkoop centraal stond en dat leverde veel vragen en discussie op.

Binnen het Talma Instituut lopen meerdere wetenschappelijke onderzoeksprojecten naar deze vorm van contractinnovatie. Bij zorgbundels wordt één bedrag betaald voor meerdere prestaties binnen een of meerdere aanbieders. Bundels dragen bij aan het doorbreken van gefragmenteerde zorg en financiering die het gevolg zijn van het afzonderlijk inkopen van alle prestaties. Ondanks de hoge potentie voor (gedeelde) besparingen en stimulering van kwaliteit, is het empirisch bewijs hiervoor nog beperkt en inconsistent. Een zorgbundel kan een effectief middel zijn om zorg op waarde in te kopen, maar is tegelijkertijd complex omdat de methodiek in Nederland nog erg nieuw is en het een andere manier van samenwerking vergt tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars.

Tijdens de bijeenkomst werden voorlopige resultaten gepresenteerd van onderzoek naar ontwerpkeuzes en inkoopspecificaties van zorgbundels. Daarnaast was er veel ruimte voor discussie en werden de deelnemers (Menzis, CZ, Zilveren Kruis, VGZ, NZa) gevraagd om de ervaringen in pilots en projecten die betrekking hebben op zorgbundels te delen. De belangrijkste vraag van de middag was: Draagt het delen van kennis over zorgbundels bij aan het ontwerp en de implementatie ervan?

Om de implementatie van zorgbundels in Nederland de komende jaren goed te laten verlopen, helpt het als de specificaties ervan zo uniform mogelijk zijn. Om die reden begon de bijeenkomst bij de afbakening van soorten bundels en het onderscheid ertussen. Het Talma Instituut hanteert primair de definitie van de OECD* en onderscheidt daarnaast op basis van aanvullend onderzoek vijf soorten bundels. Met deze 5 soorten bundels kan het volledige spectrum van een diagnose-specifieke electieve bundel tot aan populatiebekostiging beschreven worden. Voor een indeling van deze vijf soorten naar drie parameters verwijzen we u graag naar sheet 9 in de Handout van de bijeenkomst (Download handout).

Daarna werd, op basis van openbare berichten in de media, een overzicht gepresenteerd van huidige Nederlandse bundel-initiatieven. Dit bleek een geschikte manier om de definities van soorten zorgbundels te testen en diverse initiatieven werden daarom in detail besproken. De verbinding tussen het theoretische kader van definities en de concrete Nederlandse praktijkvoorbeelden, bleek stof tot veel discussie te geven. De vergelijkbaarheid tussen bundels van de deelnemers aan de bijeenkomst bleek groter dan oorspronkelijk gedacht. Er werd geconstateerd dat de onderzoekers van Talma de meeste initiatieven hadden weten te identificeren, maar ook kwamen er nog een aantal aanvullingen uit de zaal. Dit heeft uiteindelijke geleidt tot het overzicht op sheet 10 van de Handout (Download handout). Mogelijk is dit overzicht nog steeds niet volledig: aanvullingen naar aanleiding van deze nieuwsbrief zijn dan ook welkom.

In het volgende onderdeel van de bijeenkomst werd dieper ingezoomd op twee concreet uitgewerkte zorgbundelcontracten: 1. Het heup-/kniecontract van Menzis, en 2. Het COPD contract van Zilveren Kruis. Beide contracten werden uitgebreid besproken door elke inkoopspecificatie van een zorgbundel te doorlopen, en door de twee contracten met elkaar te vergelijken. De overeenkomsten en (vooral) de verschillen tussen de twee contracten werden op die manier helder in kaart gebracht. De grote verschillen tussen de contracten waren goed te verklaren door het feit dat het twee verschillende soorten zorgbundels betreffen, namelijk: een episodische doelgroepbundel (heup/knie) en een chronische doelgroepbundel (HIV). Verschillen bleken ook terug te voeren in andere keuzes bij het ontwerp van de bundel: landelijk bruikbaar, bij meerdere aanbieders versus een pilot bij een aanbieder. Als gevolg daarvan was de eerste bundel beperkt in omvang, de tweede juist zeer uitgebreid.

Na de pauze stond het thema ontwerpkeuzes centraal en werden een tiental dichotome ontwerpkeuzes besproken die gemaakt moeten worden bij de inrichting van een zorgbundelcontract. Hierbij valt te denken aan: Top-down vs. bottum-up, normatief vs. descriptief, contractueel vs. virtueel, en prospectief vs. retrospectief. Tot slot werd afgesloten met een sheet over welke rol zorgbundels kunnen spelen in een zorgsysteem met gereguleerde marktwerking. Een belangrijke conclusie hierbij was dat zorgbundels niet zelf weer tot prestatie verheven moeten worden, maar een vorm van contractinnovatie moeten blijven waarbij de betrokken contractpartijen en de specifieke context zeer bepalend zijn voor de invulling van inkoopspecificaties per contract. Bundels die breed bruikbaar zijn worden wel overgenomen door andere zorgaanbieders en verzekeraars, zo was de gedachte. Niemand heeft namelijk baat bij het zelf ontwikkelen van bundels die al bestaan, omdat dit de afname van administratieve lasten van deze vorm van innovatie beperkt.

Zorgbundels zijn een alternatief voor ketentarieven omdat ze veel flexibeler zijn in de toepassing.
Mede dankzij de actieve participatie van, en interactie tussen, de deelnemers was het een erg boeiende bijeenkomst. Wij hebben geconcludeerd dat er een duidelijke behoefte is aan meer uniformiteit op dit thema, en dat het delen van kennis en praktijkvoorbeelden van zorgbundels bijdraagt aan het ontwerp en de implementatie ervan in Nederland.
Graag verwijzen wij u tot slot nog naar de laatste sheets van de Handout (bijlage 1), waarin een gedetailleerde schematische uitwerking van de definities en afbakening van een zorgbundel is opgenomen.
Eric van der Hijden, PhD
Sander Steenhuis, MSc

* OECD. Better ways to pay for health care. 2016.